Vernietigen (Michel Houellebecq)
Bilan:
De eerste vijf delen vind jij saai.
Vanaf deel VI neemt het boek een gans andere - medische - wending, wat als een serieuze dreun binnenkomt bij jou als lezer.
Enkele citaten
P.54
Paul was nooit te weten gekomen of Madeleine werd betaald door het departement of door de regio. Ze was hulp in de huishouding, in staat de klassieke taken te verrichten (schoonmaken, boodschappen doen, koken, wassen, strijken) waarvoor haar vader net als alle andere mannen van zijn generatie radicaal ongeschikt was – niet dat de mannen van de volgende generatie er qua bekwaamheid zoveel op vooruit waren gegaan, maar de vrouwen waren erop achteruitgegaan en ongewild was er een zekere gelijkheid ontstaan, die bij de rijken en semi-rijken had geleid tot outsourcing van de taken (zoals dat ook heette bij bedrijven, die de schoonmaak en beveiliging over het algemeen aan externe dienstverleners uitbesteedden) en bij alle anderen tot een algemene verslechtering van het humeur, parasietenplagen en, meer in het algemeen, viezigheid. Een hulp in de huishouding was in zijn vaders geval hoe dan ook onontbeerlijk, en normaal gesproken had het daarbij moeten blijven. Was zijn vader verliefd geworden? Kun je op je vijfenzestigste verliefd worden? Misschien wel, er bestaan zoveel dingen op deze aarde.
P.58
Hij greep dus maar naar de wijnkaart en koos zonder aarzelen voor een van de duurste flessen, een corton-charlemagne. De wijn werd gekenmerkt door ‘boterachtige tonen en aroma’s van citrus, ananas, linde, gestoofde appel, varen, kaneel, vuursteen, jeneverbes en honing’. Echt een zootje, die wijn.
P.65
…jongeren hebben nooit echte problemen, zware problemen, we beelden ons altijd in dat voor jongeren alles wel op zijn pootjes terecht zal komen. Bij een vijftigjarige man die werkloos wordt, daarentegen, gelooft niemand echt nog dat hij een baan zal vinden. We doen niettemin alsof, de adviseurs van het arbeidsbureau produceren opmerkelijke imitaties van optimisme, daar worden ze voor betaald, ongetwijfeld hebben ze toneelcursussen of zelfs clownsworkshops gevolgd, de psychologische zorg voor werklozen was de laatste jaren sterk verbeterd. Het werkloosheidscijfer zelf was niet gedaald, dat was een van Bruno’s weinige mislukkingen als minister; hij had het stabiel weten te krijgen, meer niet. Toch was de Franse economie weer krachtig en exportgericht geworden, maar terwijl de arbeidsproductiviteit de pan uit was gerezen, waren de ongeschoolde banen bijna volledig verdwenen.
P.67
Het was allemaal erg harmonieus en vooral opmerkelijk rustgevend. Helaas viel niet te ontkennen dat een aangenaam landschap vandaag de dag bijna noodzakelijkerwijs een landschap was dat al minstens een eeuw lang gevrijwaard was gebleven voor menselijk ingrijpen.
P.88
Een beslissend moment was ongetwijfeld zijn ontmoeting met Solène Signal, de CEO van het consultancybureau Confluences, die sindsdien zijn communicatie verzorgde.
In tegenstelling tot de meeste van haar concurrenten geloofde Solène niet echt in de noodzaak van massieve aanwezigheid op internet. Internet, placht ze te zeggen, was maar voor twee dingen nuttig: porno kijken en anderen beledigen zonder zelf gevaar te lopen; feitelijk uitte alleen een minderheid van bijzonder hatelijke en vulgaire mensen zich online. Toch was internet een soort van verplicht nummer vanuit narratief oogpunt, een noodzakelijk element in de storytelling; maar zij vond het genoeg, en zelfs beter, om te verkondigen dat ze populair waren op het net, zonder dat daar ook maar enige werkelijkheid aan ten grondslag lag. Ze konden gerust beweren dat ze honderdduizenden of zelfs miljoenen bezoekers hadden gehad; niemand kon het controleren.
De echte vernieuwing van Solène was de tweede fase, onmiddellijk na internet, die onder haar invloed gaandeweg onontkoombaar werd voor alle consultancybureaus die een moderne story wilden vertellen: de fase van de middencelebrity’s (veelbelovende actrices, zangers in wording). Hun functie, in de media waartoe ze toegang hadden – meestal de roddelbladen, soms ook de serieuzere pers –, was het onvermoeibaar doorgeven van dezelfde boodschap over de kandidaat: menselijkheid, benaderbaarheid, empathie – maar ook patriottisme, ernst, gehechtheid aan de waarden van de republiek. Die fase, de belangrijkste volgens haar, was ook de meest tijdrovende en intensieve; want ze moesten die middencelebrity’s toch eerst ontmoeten om met ze praten, te sympathiseren met hun even kolossale als meelijwekkende ego. Benjamin genoot in dat opzicht een heel groot voordeel: door zijn positie op tv, met de ongelofelijke kijkcijfers van zijn talkshow, was hij voor middencelebrity’s een onmisbare gesprekspartner. Ze konden hooguit overwegen een klein beetje met hem van mening te verschillen; maar gebrouilleerd raken met Benjamin was voor een middencelebrity geen optie.
In de derde fase, de derde trap van de raket, bracht Solène geen enkele vernieuwing, ze had precies dezelfde contacten als haar concurrenten. Ze kende dezelfde senatoren, dezelfde kabinetschefs, dezelfde journalisten van de kwaliteitsdagbladen; ze rekende vooral op de tweede fase om de voorsprong te vergroten (en sinds enige tijd was Benjamin Sarfati duidelijk overgegaan naar de derde); ze was natuurlijk duur, maar haar bedrijf was nog jong, ze kon het zich niet veroorloven echt onbetaalbaar te zijn.
P. 93
Was hij verantwoordelijk voor deze wereld? Tot op zekere hoogte wel, hij behoorde tot het staatsapparaat, en toch hield hij niet van deze wereld. En ook Bruno, wist hij, zou zich ongemakkelijk hebben gevoeld bij die chef’s burgers, die zenruimtes waar je luisterend naar vogelzang onderweg je nekwervels kon laten masseren, die absurde etikettering van de bagage ‘om redenen van veiligheid’, kortom bij de algemene wending die de dingen hadden genomen, bij die pseudoludieke, maar in werkelijkheid haast fascistisch normatieve sfeer die het dagelijks leven gaandeweg tot in de kleinste uithoekjes had besmet. En toch was Bruno verantwoordelijk voor de gang van de wereld, veel meer nog dan hij. De uitspraak van Raymond Aron dat de mensen ‘de geschiedenis die ze maken niet kennen’ had hij altijd een uit de lucht gegrepen bon mot gevonden: als dat alles was wat Aron te zeggen had, had hij beter zijn mond kunnen houden. Eronder zat iets veel duisterders; de steeds duidelijker discrepantie tussen de bedoelingen van politici en de werkelijke gevolgen van hun daden kwam hem ongezond en zelfs kwaadaardig voor, in elk geval kon de samenleving niet op die basis blijven functioneren, dacht Paul
P.113
de ontwikkelingen gingen destijds nog relatief snel, veel minder snel natuurlijk dan in de jaren zestig of zelfs in de jaren zeventig, de vertraging en uiteindelijke stilstand van het Westen – de opmaat tot de vernietiging ervan – waren geleidelijk geweest.
P.122
Waarom had hij zelf de laatste tien jaar geen andere vrouwen geneukt dan Prudence? Omdat het werkzame leven dat soort dingen niet aanmoedigt, zei hij eerst bij zichzelf. Een paar seconden later realiseerde hij zich dat dat maar een excuus was, want sommigen van zijn collega’s, al was het dan een kleine minderheid, hadden nog steeds een actief seksleven. De daad zelf herinnerde hij zich wel, die kun je niet vergeten, het is net als met fietsen, bedacht hij enigszins misplaatst terwijl Madeleine de kamer verliet; wat hem totaal onbereikbaar en onvoorstelbaar leek waren de procedures om ertoe te komen, die voor zijn gevoel wel deel van een mythologisch verhaal of een vorig leven konden zijn geweest.
P.129
Drank maakt bijna alles draaglijk, dat is trouwens een van de voornaamste problemen van drank.
P.135
Hij werd zelf verrast door zijn indruk dat het stadje was veranderd, terwijl hij het zich eigenlijk amper herinnerde. Het duurde even voordat hij begreep waarom: er waren Noord-Afrikanen, veel Noord-Afrikanen in de straten, en dat was absoluut een vernieuwing in de algemene sfeer van de Beaujolais, en van heel Frankrijk.
P.149
Hij liet zijn blik afdwalen van de nevelige weg en zag Auréliens gezicht in de achteruitkijkspiegel. Hij leek zijn aandacht volledig bij het landschap van winterzwarte wijngaarden te hebben, maar plotseling keek hij zijn kant op, een paar seconden lang ontmoetten hun blikken elkaar, hij kon Auréliens uitdrukking eerst moeilijk ontcijferen, toen begreep hij het ineens: het was simpelweg een uitdrukking van verveling. Aurélien verveelde zich, hij verveelde zich met zijn vrouw, hij verveelde zich met zijn zoon, en die permanente verveling in wat moest doorgaan voor zijn gezin duurde ongetwijfeld al jaren. Hij moest ook al een behoorlijk trieste kindertijd hebben gehad, bedacht Paul, hun vader was nooit erg liefdevol, erg knuffelig geweest, hij vond zijn gezin belangrijk maar zijn werk en zijn staatsmissie gingen voor alles, dat was vanaf het begin duidelijk, er viel niet over te onderhandelen. Wat zijn moeder betreft, die had hen simpelweg in de steek gelaten toen ze haar beeldhouwersroeping had ontdekt. Cécile had zich misschien een beetje om hem bekommerd, maar toen zij naar Noord-Frankrijk was gegaan om zich bij Hervé te voegen was hij nog heel jong, nog geen tien jaar oud. Ja, hij moest heel eenzaam zijn geweest. En nu was hij net zo eenzaam, tussen een vrouw die niet van hem hield en een zoon die hem tolereerde, die waarschijnlijk een beetje op hem neerkeek en hoe dan ook niet zijn eigen zoon was.
P.155
Toen hij Madeleine de spullen in de kofferbak zag leggen en aan haar gebroken leven dacht kwam er een golf van medelijden over hem heen, zo hevig dat hij zich moest afwenden om niet te huilen. Gelukkig verscheen Cécile op dat moment, ook zij zag er opgewekt en goedgemutst uit, vrouwen zijn zo moedig zei hij bij zichzelf, vrouwen hebben een bijna ongelofelijke moed.
P.165
De Beaujolais verkeerde in de uitzonderlijk geworden situatie van een levend platteland, er waren kleine winkels, dokters, taxi’s, thuishulpen, zo moest de wereld van vroeger er waarschijnlijk hebben uitgezien. Sinds een paar decennia was Frankrijk veranderd in een hachelijke lappendeken van stedelijke agglomeraties en uitgestorven plattelandsgebieden, het was zo’n beetje overal ter wereld hetzelfde liedje, alleen waren de stedelijke agglomeraties in arme landen megalopolissen en de voorsteden krottenwijken; hoe dan ook,
P.166
Het had geen zin om daar ruzie over te krijgen met zijn collega’s van Binnenlandse Zaken en Defensie, vond hij, het waren maar ‘peanuts’; in het algemeen was alles onder de één miljard euro voor hem maar peanuts.
P.168
Hij stond op, liep naar het raam, de vollemaan verlichtte de weiden rond het huis, maar maanlicht is in werkelijkheid nooit rustgevend, het heeft eerder de neiging om neuroses en waanzin aan te wakkeren.
P. 180
De vermoeiende algebra van lange flatgebouwen, vrijstaande huizen en woontorens volstond ruimschoots om alle hoop de grond in te boren. Meer dan ooit verhieven de imposante gebouwen van Bercy zich als een totalitaire citadel die midden in de stad was neergeplant. …Paul voelde zich wat beter toen hij de Jardin Yitzhak Rabin in liep: nevelflarden zweefden tussen de bomen en gaven iets onbestemds aan de tuin, die afgezien van een paar eenzame Chinese toeristen bijna verlaten was, misschien waren die op zoek naar de nabijgelegen Cinémathèque Française, of misschien waren ze verdwaald, waren ze zo onvoorzichtig geweest om in een vlaag van post-oudejaarsavondlijke euforie hun groep te verlaten. Ze zouden er algauw spijt van krijgen: Parijs was een stad met een laag niveau van sociale controle en een hoog criminaliteitscijfer, zoals hen voor hun vertrek uit Shanghai nog zo was ingepeperd.
P.191
langzaam drong het tot hem door dat hij naar alle waarschijnlijkheid inderdaad alleen zou blijven, dat hij zijn taak wel zou volbrengen, of nou ja, de taak die hij zichzelf had gesteld, maar dat hij verder alleen zou blijven, dat was misschien jammer maar het was niet anders, het is niet goed dat de mens alleen zij, heeft God gezegd, maar de mens is alleen en God kan er weinig aan doen, hij wekt in elk geval niet echt de indruk dat hij zich er druk om maakt, Paul voelde dat het tijd was om afscheid te nemen; hij nam nog een toastje met foie gras, steeds dieper doordrongen van zijn eigen verpletterende nutteloosheid. Mannen onderhouden met moeite sociale relaties, vriendschappelijke relaties zelfs, waar ze weinig tot niets aan hebben, dat is een tamelijk aandoenlijk trekje bij mannen
P.197
‘ik voel wel dat hij er heel sterk naar neigt, zou zijn om de grondwet te wijzigen, heel snel zelfs, binnen maximaal drie maanden na de verkiezingen. Hij zou dan willen dat het al in de campagne bekend wordt gemaakt, dat het een verkiezingsthema wordt. Het plan zou zijn om naar een echt presidentieel systeem over te schakelen: het premierschap afschaffen, het aantal parlementsleden verminderen en halverwege de presidentstermijn tussentijdse verkiezingen houden, net als in de Verenigde Staten.’
‘En ook de Senaat afschaffen?’
‘Nee, hij denkt dat het ongeluk brengt om de Senaat aan te vallen, en de geschiedenis geeft hem geen ongelijk. Dus we behouden beide kamers, maar de macht van het parlement wordt nog verder ingeperkt. Ja, dat neigt al een beetje naar postdemocratie, maar iedereen doet dat nu, het is het enige wat werkt, democratie als systeem is dood, het is te traag, te log.’
P.243
Relatieproblemen van anderen, daar kun je niets over zeggen en niets aan doen, het is een geheime plek waar niemand in kan doordringen. Je kunt hooguit wachten tot ze eventueel besluiten er met je over te praten, hoewel je weet dat dat waarschijnlijk niet zal gebeuren. Wat zich binnen een relatie afspeelt is particulier, niet vertaalbaar naar andere relaties, niet vatbaar voor tussenkomst of commentaar, grotendeels losgezongen van de rest van het menselijk bestaan, wezenlijk anders dan zowel het leven in het algemeen als het sociale leven dat veel zoogdieren met elkaar delen, niet eens te doorgronden door te kijken naar het nageslacht dat het stel eventueel heeft voortgebracht, kortom het is een experiment van een andere orde, of strikt genomen niet eens een experiment, maar een poging.
P.260
'het klassieke rousseauisme: de mens wordt goed geboren, maar daarna bedorven door de samenleving enzovoort. En mensen als Rousseau kunnen een enorme invloed hebben; je zou zelfs kunnen zeggen dat Rousseau in zijn eentje aan de basis van de Franse Revolutie ligt. De mythen van het oercommunisme en het gouden tijdperk hebben altijd een ongelofelijk grote mobiliserende kracht gehad, en dat geldt tegenwoordig nog veel meer voor alle tv-uitzendingen over de wijsheid van traditionele beschavingen, de kariboejacht van de Inuit enzovoort. En het interessante bij Zerzan is dat iemand uit zijn nabije omgeving de daad ook echt bij het woord heeft gevoegd. Herinnert u zich de Unabomber nog?’
‘Nee, dat zegt me niks.’
‘Dat snap ik, het is alweer een jaar of dertig geleden. Unabomber was de naam die de media hem hadden gegeven, hij heette eigenlijk Theodore Kaczynski. Hij was een zeer begaafd wiskundige, ik geloof dat hij zelfs een ontdekking in de algebra heeft gedaan, een nieuw bewijs van de stelling van Wedderburn, als ik het me goed herinner. Hij heeft eerst lesgegeven aan Berkeley en is toen verhuisd naar een afgelegen hut ergens in Montana. De inleiding bij Zerzans eerste boek, Future Primitive, is een ware ode aan de Unabomber: “Hij overleefde als een grizzlybeer of een poema, verscholen onder de dikke laag sneeuw. In de lente kwam hij uit zijn hol, zwierf door het bos, volgde de rivieren. Joeg, viste, plukte, sprokkelde. Altijd alleen. Vrij, maar alleen.” Je kunt erom glimlachen, maar neem maar van me aan dat zulke lyrische uitbarstingen echt effect op sommige mensen kunnen hebben. Zerzan heeft heel veel gemeen met Rousseau: gemiddelde intelligentie, maar echte muzikaliteit in zijn zinnen – een mengsel dat extreem gevaarlijk kan zijn. Kaczynski is andere koek: die is veel strakker, gestructureerder in zijn denken, hij doet zeg maar eerder aan Marx denken.’
P.273
Op filosofiegebied had hij helaas niet veel in huis, hooguit een stuk of vijftien boeken, en het leken allemaal nogal onnozele filosofen te zijn, van het zalvende soort. Zelf had hij zich altijd min of meer vrij gevoeld van de verschillende hartstochten die hij net had opgesomd, en die de filosofen uit het verleden bijna unaniem hadden veroordeeld. Hij had de wereld altijd beschouwd als een plek waar hij niet had moeten zijn, zonder er nu direct uit weg te willen, domweg omdat hij geen andere kende. Misschien had hij een boom moeten zijn, of desnoods een schildpad, in elk geval iets minder onrustigs dan een mens, met een bestaan dat aan minder variatie onderhevig was. Geen enkele filosoof leek zo’n soort oplossing voor te stellen, ze schenen het er juist allemaal over eens te zijn dat je de menselijke conditie moest aanvaarden ‘met haar grootsheid en haar beperkingen’, zoals hij ooit had gelezen in een publicatie van humanistische gezindte; sommigen opperden zelfs het weerzinwekkende idee dat je er een zekere vorm van waardigheid in diende te ontdekken. Zoals een jongere zou hebben gezegd, LOL.
P.314
...al heel vroeg gevoelig was voor het feit dat onze samenleving een probleem met ouderdom heeft – en dat het een ernstig probleem was, dat tot zelfvernietiging kon leiden. Misschien heeft het er wel mee te maken dat ik door mijn grootouders ben opgevoed, dat is goed mogelijk. Maar ik neem aan dat u het met me eens bent dat we als collectief een probleem met oude mensen hebben…’ Paul knikte.
‘De echte reden voor euthanasie is dat we oude mensen niet meer kunnen verdragen, we willen niet eens weten dat ze bestaan, daarom sluiten we ze op in gespecialiseerde plekken, buiten het zicht van de andere mensen. Bijna iedereen vindt tegenwoordig dat de waarde van een mens afneemt naarmate zijn of haar leeftijd toeneemt; dat het leven van een jongeman, en meer nog van een kind, veel waardevoller is dan dat van een hoogbejaarde; ik neem aan dat u dat ook met me eens bent?’
‘Ja, absoluut.’
‘Goed. Maar dat is dus een totale ommekeer, een radicale antropologische breuk met het verleden. Het feit dat het aandeel oude mensen op de totale bevolking steeds verder toeneemt is natuurlijk best een probleem…’ Hij zweeg weer, dacht nog een minuut of twee na.
‘In alle voorgaande beschavingen,’ zei hij ten slotte, ‘werd de maatstaf voor de achting of zelfs bewondering die je voor iemand kon hebben, voor de bepaling van zijn waarde, gevormd door de manier waarop hij zich in de loop van zijn leven feitelijk had gedragen. Zelfs burgerlijke achtbaarheid werd alleen voorlopig, op basis van vertrouwen toegekend: je moest die daarna verdienen door middel van levenslange rechtschapenheid. Door meer waarde toe te kennen aan het leven van een kind – terwijl we nog helemaal niet weten wat het zal worden, intelligent of dom, een genie, een misdadiger of een heilige – ontzeggen we onze werkelijke verrichtingen elke waarde. Onze heldhaftige of edelmoedige daden, alles wat we hebben weten te bereiken, onze prestaties, onze creaties, niets daarvan heeft in de ogen van de wereld – en al heel snel ook in onze eigen ogen – nog enig belang. Daarmee ontnemen we het leven elke motivatie en elke betekenis, en dat is nu precies wat men nihilisme noemt. Het verleden en het heden omlaaghalen ten gunste van wat nog moet komen, de werkelijkheid omlaaghalen voor een virtualiteit die in een vage toekomst ligt, dat zijn veel doorslaggevender symptomen van het Europese nihilisme dan alles waar Nietzsche op heeft gewezen – of misschien zouden we het nu het westerse of zelfs het moderne nihilisme moeten noemen, ik ben er niet zo zeker van of het op de middellange termijn aan de Aziatische landen voorbij zal gaan. Toegegeven, Nietzsche kon dat verschijnsel ook niet hebben opgemerkt, omdat het pas ruim na zijn dood is opgetreden. Dus nee, ik ben inderdaad geen christen; ik ben zelfs geneigd te denken dat het met het christendom is begonnen, die neiging om je neer te leggen bij de huidige wereld, hoe ondraaglijk die ook is, in afwachting van een verlosser en een hypothetische toekomst. Hoop is volgens mij de erfzonde van het christendom.’
P.327
De filosoof René Girard staat bekend om zijn theorie van de mimetische begeerte of driehoeksbegeerte, die stelt dat we begeren wat andere mensen begeren, door imitatie. Het is een op papier amusante, maar in werkelijkheid onjuiste theorie. Mensen zijn min of meer onverschillig voor de begeerten van anderen, en dat ze unaniem dezelfde dingen en dezelfde personen begeren komt domweg doordat die objectief begerenswaardig zijn. Ook het feit dat een andere vrouw Aurélien begeerde leidde er niet toe dat Indy hem op haar beurt begeerde. Wel was ze kwaad, bijna buiten zichzelf van woede, bij de gedachte dat Aurélien een andere vrouw en niet háár begeerde; de narcistische prikkels, gebaseerd op concurrentie en haat, hadden bij haar allang, en misschien altijd al wel, de overhand boven de seksuele prikkels; en narcistische prikkels kennen per definitie geen grenzen.
P.350
Christenen hebben over het algemeen moeite met het absurde, het past niet echt in hun categorieën. In het christelijke wereldbeeld heeft God de gebeurtenissen in de hand, soms lijkt de wereld tijdelijk overgeleverd aan de macht van Satan, maar in elk geval hebben de dingen een krachtige betekenis; en het christendom is ontworpen voor krachtige mensen, met een duidelijke wil, die soms gericht is op de deugd, soms helaas op de zonde. Wanneer Gods schepselen in de greep van de zonde vallen kan de barmhartigheid ingrijpen. Hij herinnerde zich ineens een vers van Paul Claudel dat hem had getroffen toen hij vijftien was: ‘Ik weet dat waar de zonde heerst, uw barmhartigheid overheerst.’ Dat was niet bijzonder fraai, alleen bij Claudel kon je zoiets tegenkomen, gelukkig maakte hij het goed met het volgende vers: ‘We moeten bidden, want de overste der wereld komt.’ Maar moesten die woorden letterlijk worden genomen? Moest de barmhartigheid worden gezien als een gevolg van de zonde? En was de zonde alleen toegestaan om de verrijzing van de genade, en dus van de barmhartigheid, mogelijk te maken?
In elk geval was er in de christelijke typologie geen plaats voor mensen als Aurélien, met zijn zwakke, altijd onzekere gehechtheid aan het leven, die in wezen altijd meer moeite had gedaan om zich aan de wereld te onttrekken dan om eraan deel te nemen. Misschien had hij niet eens echt in het bestaan van Maryse geloofd; had hij haar voorbij zien komen als een mooie luchtspiegeling, als een mogelijk leven dat hem ten onrechte was aangeboden en dat hem algauw weer zou worden afgenomen. Soms ontving je van officiële instanties zoals de belastingdienst een brief met de mededeling: ‘Er is een vergissing begaan in uw voordeel’ – waarschijnlijk was er zoiets gebeurd, moest Aurélien hebben gedacht. Er was niets verrassends aan zijn zelfmoord, die gedetermineerd leek door de aard der dingen; toch had hij er niet in die termen over moeten praten tegen Cécile. Determinisme maakt net als het absurde niet echt deel uit van de christelijke categorieën; ze zijn bovendien met elkaar verbonden, een volledig deterministische wereld lijkt altijd min of meer absurd, niet alleen voor een christen, maar ook voor een mens in het algemeen.
Wanneer hij in zijn jeugd over die vragen nadacht viel God zoals hij zich die voorstelde heel goed te rijmen met het determinisme, omdat hij degene was die de wetten had geschapen, en het stond voor hem buiten kijf dat iemand als Isaac Newton het dichtst bij de goddelijke natuur was gekomen. Of misschien David Hilbert, maar dat was minder zeker, de wiskunde kon heel goed bestaan zonder de wereld, moest David Hilbert als een soort collega van God worden beschouwd? Eerlijk gezegd had hij zich intellectueel nooit echt ingespannen voor die vragen, ook niet in zijn jeugd, waarschijnlijk had hij er alleen over nagedacht in zijn examenjaar, het enige schooljaar waarin een ‘inleiding tot de grote filosofische teksten’ was opgenomen. Zijn belangstelling voor filosofie was begonnen op de leeftijd van zeventien jaar en drie maanden, en geëindigd op precies achttien jaar.
P.355
Ze bedreven nu elke ochtend de liefde, of nou ja niet meteen, hij had een paar koppen koffie nodig om helder te worden, maar onmiddellijk daarna kreeg hij weer een stijve. Erotisch gezien hadden die vrijpartijen niets inventiefs, het was gewoon een ochtendlijk herenigingsritueel; maar ze voelden zich er immens gelukkig door, het ging zichtbaar beter met Prudence, lichamelijk beter. Hij begreep het vreemde begrip ‘huwelijksplicht’ nu, en vond het helemaal niet zo lachwekkend.
P.363
Prudence en Raksaneh kwamen terug van het buffet, ze leken het uitstekend met elkaar te kunnen vinden, het was merkwaardig hoe Prudence haar onmiddellijk had herkend als haar tegenhanger, de vrouw die in dezelfde positie verkeerde als zij. Bruno had nog steeds niets gezegd over zijn relatie met haar, maar voor Prudence was die meteen duidelijk geweest. Het blijft een raadsel hoe vrouwen zo snel tot zulke conclusies kunnen komen, het is vast een kwestie van feromonen, geurmoleculen die zich door de lucht verspreiden, het gaat allemaal waarschijnlijk via de neusholten.
P.368
Zoals alle mensen in de departementen Nord en Pas-de-Calais verdedigden Hervé en Cécile hun regio met hand en tand, niet alleen wijzend op de algemeen erkende gastvrijheid van de inwoners, maar ook op de schoonheid, de architectonische pracht, als getuigenis van een welvarend verleden, dat in het geval van Arras vooral verband hield met de lakenindustrie. Hun stad had daar twee schitterende barokke pleinen aan te danken, waarvan één met een hallentoren die op de werelderfgoedlijst van Unesco stond, en het was ook de stad met de grootste dichtheid aan historische monumenten in Frankrijk – wat bezoekers altijd verbaasde. Tegelijkertijd lieten ze nooit na te wijzen op de armoede, de werkloosheid en de bijzonder ongezonde woonomstandigheden die de streek teisterden.
P.370
Het ging goed met haar, ze hadden geen enkele reden om zich zorgen te maken. Inderdaad, dacht Paul, dat meisje heeft haar leven op een opmerkelijk intelligente, rationele manier vormgegeven. Hij dacht niet dat rationaliteit op de lange duur verenigbaar was met geluk, hij was er zelfs bijna zeker van dat die in alle gevallen tot volledige wanhoop leidde; maar Anne-Lise was nog ver verwijderd van de leeftijd waarop het leven haar zou dwingen een keuze te maken en, als ze daar nog toe in staat was, de rede vaarwel te zeggen.
Paul besefte dat zijn relatie met zijn zus in wezen van dezelfde orde was als die met zijn vader: tegelijk onverwoestbaar en uitzichtloos. Niets kon die relatie ooit verbreken; maar niets kon die relatie ook boven een bepaald niveau van vertrouwdheid laten uitstijgen; in dat opzicht was het precies het tegendeel van een echtelijke relatie. Familie en echtverbintenis, dat waren de twee overblijvende polen waaromheen het leven van de allerlaatste westerlingen in die eerste helft van de eenentwintigste eeuw was georganiseerd. Verdienstelijke mensen hadden de slijtage van de traditionele formules zien aankomen en geprobeerd nieuwe formules te bedenken, maar waren daar niet in geslaagd, zodat hun historische rol dus volledig negatief was geweest. De liberale doxa bleef het probleem negeren, vervuld van het naïeve geloof dat winstbejag elke andere menselijke motivatie kon vervangen en in zijn eentje de mentale energie kon leveren die nodig is om een complexe sociale structuur in stand te houden. Dat was duidelijk onjuist, en het leed voor Paul geen twijfel dat het hele systeem met een enorme klap ineen zou storten, zonder dat tot dusver duidelijk was wanneer en hoe dat zou gebeuren – maar het moment kon nabij zijn, en de manier waarop heftig. Hij bevond zich dus in de merkwaardige situatie dat hij gestaag, en zelfs met een zekere toewijding, meewerkte aan de instandhouding van een maatschappelijk systeem waarvan hij wist dat het onherroepelijk ten dode opgeschreven was, en waarschijnlijk niet pas in een verre toekomst.
P.377
Forse lappen uit de geschriften van Kaczynski, legde hij uit, waren opgenomen in 2083, het manifest van Anders Behring Breivik, de extreemrechtse Noorse seriemoordenaar. Er bestond een ecofascistische beweging die de menselijke soort, en ook de andere sociale soorten, beschouwde als een samenstel van vijandige stammen die voortdurend om de controle over een bepaald grondgebied vochten. Dat standpunt was eerder al ingenomen door Maximine Portaz, een Franse intellectuele uit het midden van de twintigste eeuw. Net als Theodore Kaczynski had Maximine Portaz een degelijke wiskundige achtergrond, haar proefschrift borduurde voort op het werk van Gottlob Frege en Bertrand Russell. Ze bekeerde zich tot het hindoeïsme, trouwde met een brahmaan en nam de naam Savitri Devi aan, wat ‘godin van de zon’ betekent. Ze was een fervent bewonderaarster van Hitler, maar haar geschriften kondigden ook de theses van de deep ecology aan.
Vanuit ecofascistisch oogpunt bezien, zo vervolgde Sitbon-Nozières enthousiast, hadden de twee laatste aanslagen volstrekt complementaire doelstellingen: kunstmatige voortplanting en immigratie waren de twee middelen die de hedendaagse samenlevingen aanwendden ter compensatie van hun dalende vruchtbaarheidscijfer. Moderne landen als Japan en Korea gingen over op kunstmatige voortplanting, terwijl technisch minder geavanceerde landen zoals die in West-Europa hun toevlucht namen tot immigratie. In beide gevallen werd het doel van het kapitalisme bereikt: een langzame maar gestage toename van de wereldbevolking, waarmee aan de groeidoelstellingen kon worden voldaan en een behoorlijk rendement op investering kon worden gegarandeerd. Alleen een ecofascistische ideologie zoals die van Savitri Devi of een openlijk degrowthistische, primitivistische zoals die van Kaczynski vormde een alternatief – waarbij een synthese van de twee overigens niet uitgesloten was. Die bewegingen stonden zijns inziens overigens niet ver van het nihilisme, omdat ze vooral streefden naar het scheppen van chaos, in de overtuiging dat de wereld die daaruit zou voortkomen noodzakelijkerwijs beter zou zijn; en voor nihilisten was het noodzakelijk om op een bepaald moment echt schokkende, unanieme afkeuring wekkende daden te begaan – zoals het vermoorden van kinderen – teneinde de authentieke activisten van de simpele sympathisanten te scheiden.
‘Ik heb eerlijk gezegd mijn twijfels…’ wierp Martin-Renaud tegen, die er ook niet erg wakker uitzag. Sitbon-Nozières was een nihilistenspecialist, het was dus logisch dat hij de neiging had om overal nihilisten te zien; hij begon zich af te vragen of hij er eigenlijk wel goed aan had gedaan om zo’n figuur van de École Normale Supérieure in dienst te nemen.
‘Intellectueel gezien kan het kloppen,’ gaf hij toe, ‘maar over hoeveel mensen hebben we het dan, wereldwijd? Tien? Twintig?’
‘Je hebt tegenwoordig niet per se veel mensen nodig,’ antwoordde Sitbon-Nozières. ‘Via internet kan een handjevol capabele, vastberaden lieden enorm veel gedaan krijgen. Breivik was een eenling, en de Utøya-aanslag had een wereldwijde impact. Meer dan ooit schuilt de macht tegenwoordig in intelligentie en kennis; en zulke ultraminoritaire ideologieën hebben nu juist de meeste kans om extreem intelligente mensen aan te trekken. Probeer u maar eens iemand als Kaczynski voor te stellen, maar dan dertig jaar later, iemand met evenveel talent voor informatica als Kaczynski voor wiskunde had: die zou in zijn eentje aanzienlijke schade kunnen aanrichten. Voor sommige aanslagen is inderdaad financiering nodig, maar het is niet onmogelijk om die te vinden. De aanslag op de Deense spermabank heeft bijvoorbeeld forse schade toegebracht aan alle biotechbedrijven die zich bezighouden met menselijke voortplanting; en op een gegeven markt kan short gaan evenveel opleveren als long gaan, soms zelfs meer, het is een klassieke financiële strategie. Mensen die hun aandelen in het Deense bedrijf op tijd hebben verkocht, hebben er ongetwijfeld fors aan verdiend; dat kan een motivatie zijn.’
Martin-Renaud wierp hem een bezorgde blik toe, inmiddels helemaal wakker. Biotechnologie was één ding, maar voor degenen die short waren gegaan op de buitenlandse handel van China moesten de winsten enorm zijn geweest; en hij had in zijn loopbaan al financiers ontmoet die niet zouden hebben geaarzeld om dat soort operaties op touw te zetten. Als zijn ondergeschikte gelijk had, dan waren de gevaren die vóór hen lagen veel erger dan ze zich ooit hadden kunnen voorstellen.
‘Dus zo zou het volgens mij allemaal in elkaar kunnen grijpen,’ ging Sitbon-Nozières verder. ‘Een indirect bondgenootschap tussen mensen die chaos willen zaaien en de technische knowhow hebben om dat te doen, en anderen die daar belang bij hebben en de operationele uitvoering kunnen financieren. Bovendien wordt het steeds makkelijker om de werking van het systeem te verstoren. Containerschepen, bijvoorbeeld, hebben binnenkort waarschijnlijk geen menselijke bemanning meer, behalve om havens binnen te varen. Een menselijke bemanning zou sowieso niet kunnen ingrijpen om een aanvaring te voorkomen, de traagheid van die schepen is te groot: een satellietgeleidingssysteem is efficiënter en veel economischer; maar zodra je zo’n systeem gebruikt kan het worden gehackt.’
…
Martin-Renaud bedacht dat zijn ondergeschikte gelijk had: de aanvalsmiddelen ontwikkelden zich veel sneller dan de verdedigingsmiddelen; de orde en veiligheid van de wereld zouden steeds moeilijker te waarborgen zijn.
P.381
Toen Paul om zeven uur ’s ochtends op kantoor kwam had Bruno al telefonisch overleg gepleegd met de minister van Binnenlandse Zaken, de eerste minister en de president, die op hun beurt weer hadden gesproken met hun buitenlandse collega’s. In grote lijnen neigde men naar het idee van een wereldwijde herdenkingsplechtigheid, die niet ver van de plaats van de ramp zou plaatsvinden. ‘Dat is in elk geval op open zee, dan komen ze niet met hun kutkaarsen aanzetten…’ zei Bruno geërgerd; de opmerking verraste Paul, die ten tijde van de islamistische aanslagen zelf ook had moeten walgen van die stroperige vloed van kaarsen, ballonnen, gedichten, open brieven à la ‘Mijn haat zullen jullie niet krijgen’ enzovoort. Hij vond het legitiem om de jihadisten te haten, te willen dat ze massaal werden gedood en daar zo nodig toe bij te dragen, kortom het verlangen naar wraak leek hem een volkomen gepaste reactie. Hij kende Bruno toen nog niet, die zat toen trouwens nog niet in de regering, en de gelegenheid om erover te praten had zich nooit voorgedaan, hij wist niet dat ook hij dat vertoon van zoetsappige beuzelarijen heel slecht had kunnen verdragen.
‘Kortom,’ ging Bruno verder, ‘ze hebben nu het idee om rozen te droppen, enorme rozenkransen, bevestigd op boeien, dat kan makkelijk per helikopter worden gedaan, het bureau van de president heeft al een begroting opgesteld. Er zullen staatshoofden bij zijn, ze denken er honderdvijftig of toch minstens honderd bijeen te kunnen brengen, inclusief de groten, Amerika, China, India, Rusland, plus de paus natuurlijk, die dolenthousiast is, hij belde binnen vijf minuten terug, maar om dat allemaal te vervoeren heb je een vliegdekschip nodig, alleen een vliegdekschip kan op volle zee genoeg vlakke oppervlakte bieden om de televisiezenders hun beelden te laten schieten. En het toeval wil dat Frankrijk het enige land is dat snel een vliegdekschip ter plekke kan krijgen, we hebben er een in Toulon voor anker liggen, de Jacques-Chirac, die kan er morgen al zijn. Kortom, de president gaat zijn internationale statuur vergroten, en dat dan dus een week voordat hij zijn functie moet neerleggen, dat heeft hij echt goed gespeeld, ik heb Solène Signal aan de lijn gehad, ze komt om tien uur, ze was vol bewondering, het is een enorme pr-stunt op wereldniveau, echt.
Na het droppen van de rozen komen er zangers, nog altijd op het dek van het vliegdekschip, daarvan hebben ze er ook flink wat voorzien, een stuk of honderd ook, net zoveel als er staatshoofden zijn, in alle genres: rap, klassiek, hardrock, internationale lichte muziek, als muziek hebben ze de Ode aan de Vreugde in gedachten, dat kan inderdaad heel goed, Alle Menschen werden Brüder, nou ja we zijn in the mood. Dus je ziet wel dat er sinds vanmorgen zes uur enorm veel werk is verzet.’
P.385
Hij had zin om Prudence weer te zien in haar minishort, haar mee te slepen naar de slaapkamer, haar minishort uit te trekken en haar te neuken, misschien had hij er zelfs behoefte aan, nee, hij had er geen behoefte aan, hij had er gewoon zin in, Epicurus had absoluut gelijk op dit punt, net als op heel veel andere, seksualiteit behoorde tot de ‘natuurlijke en niet noodzakelijke’ verlangens, vanuit mannelijk perspectief bezien in elk geval, bij vrouwen kwam het misschien in de buurt van een behoefte, die indruk had hij tenminste. Met Prudence ging het in elk geval zichtbaar beter sinds hij haar elke dag neukte, haar bewegingen waren levendiger, zelfs haar huid leek stralender, frisser, Priscilla had het haar tijdens hun laatste verblijf in Bretagne trouwens ook gezegd: ‘Je bent tien jaar jonger geworden.’
P.387
Ik ben bang dat de werkloosheid echt wel een rol speelt, ja.’
‘Ik denk dat je gelijk hebt, en dat is dan meteen een gigantisch probleem. De arbeidsproductiviteit in de industrie zal blijven stijgen, dat is de enige optie, in de wedren om de productiviteit is er geen weg terug. Er is maar één oplossing, namelijk het massaal creëren van laaggekwalificeerde banen in de dienstensector, maar niet het soort dat al bestaat; hulpen in de huishouding, privéleraren, daar hebben we niks aan, dat blijft altijd in de grijze economie zitten. We moeten ze creëren bij de overheid, en enorme belastingvoordelen geven aan bedrijven die ze creëren. We hebben bezorgers nodig, reparateurs, ambachtslieden, mensen die je echt helpen, die dingen weer in orde maken, die de telefoon beantwoorden; tegelijkertijd moeten we de rem zetten op de robotisering en de uberisering; het is haast een ander samenlevingsmodel. Als we alles uit de kast halen, ja, dan kan het de werkloosheid terugdringen, maar daar is enorm veel geld voor nodig. Dus dan moeten we elders bezuinigen, we kunnen niet meer uitgeven dan we binnenkrijgen, dat hoef ik jou niet te leren na de tien jaar die je bij Staatsbegroting hebt gezeten. Dus we zullen radicaal moeten snoeien in bepaalde uitgaven.’
‘Heb je ideeën?’
‘Ik denk aan onderwijs, daar gaat het meeste geld naartoe, we hebben te veel leraren. Tja, het is niet makkelijk…’
P.388
Ik zou het niet moeten zeggen, maar die aanslagen zijn eigenlijk heel gunstig voor ons geweest. Na de eerste is de export uit de Aziatische landen uiteraard gedaald, waardoor onze handelsbalans in evenwicht is gekomen. De tweede heeft ons niet geraakt, Frankrijk is geen speler op de kunstmatigevoortplantingsmarkt. En de derde, het is vreselijk om te zeggen maar de immigratie zal er flink door worden afgeremd, en electoraal gezien is dat allemaal in ons voordeel. Op economisch vlak weet ik niet of het goed nieuws is, of nou ja dat is een ingewikkelde berekening, het hangt van veel factoren af, met name de demografie en het werkloosheidspercentage; maar electoraal gezien is het perfect.’
‘Denk je echt dat migranten zich hierdoor zullen laten afschrikken?’
‘Natúúrlijk. Ik weet wat de mensen zeggen: “Ze zijn zo arm, ze zijn bereid om alle mogelijke risico’s te nemen” en zo. Dat klopt niet. Ten eerste zijn ze niet zo heel arm, het zijn eerder de halfrijke, opgeleide mensen, de middenklassen in hun landen van herkomst, die naar Europa proberen te emigreren. Daarnaast nemen ze niet alle mogelijke risico’s, ze nemen gecalculeerde risico’s. Ze hebben perfect begrepen hoe wij functioneren, met ons schuldgevoel, het residuele christendom en zo. Ze weten dat ze door een humanitair hulpschip kunnen worden opgepikt en dat er daarna altijd wel een Europees land zal zijn waar ze aan wal mogen gaan. Natuurlijk nemen ze grote risico’s, veel boten lijden schipbreuk, sommige zijn in erbarmelijke staat; maar ze nemen niet álle mogelijke risico’s. En nu zullen ze een nieuw element in hun calculatie moeten opnemen.’
‘Geweld is effectief, is dat wat je bedoelt?’
‘Ja, geweld is de motor van de geschiedenis, dat is niet nieuw, er is wat dat betreft niets veranderd sinds de tijd van Hegel. …
Er viel geen enkel redelijk commentaar te geven op de schommelingen van de publieke opinie. Niets was ooit een uitgemaakte zaak, wist hij; het vrije verkeer van informatie heeft de neiging om steeds meer chaos te brengen in de werking van hiërarchische sturingssystemen, en ze uiteindelijk te verwoesten.
P.407
Eigenlijk was dat grote relationele niets er altijd al geweest. Het was er al tijdens zijn studie, en zelfs tijdens zijn middelbareschooltijd, die theoretisch zo bevorderlijk is voor het aanknopen van menselijke relaties. Alleen de seksuele begeerte was soms, heel soms, krachtig genoeg geweest om de muur te slechten. We communiceren altijd min of meer binnen dezelfde leeftijdsgroep; mensen die tot een andere leeftijdsgroep behoren en met wie je ook geen directe familieband hebt, de miljarden mensen met wie je dezelfde planeet deelt, bestaan in jouw ogen niet echt. Met het klimmen der jaren, en natuurlijk een dalend aantal seksuele ontmoetingen, was Pauls eenzaamheid steeds dieper geworden.
P.412
Kan een politicus echt de loop der dingen beïnvloeden? Dat viel te bezien. Technologische ontwikkelingen konden dat, geen twijfel mogelijk; en economische machtsverhoudingen misschien ook, tot op zekere hoogte – hoewel Bruno een beetje geneigd was om economie als een bijproduct van technologie te beschouwen. Er was nog iets anders, een duistere, geheime kracht, waarvan niet duidelijk was of die nu psychologisch, sociologisch of domweg biologisch van aard was: niemand die het wist, maar het belang ervan was uitzonderlijk groot omdat al het andere ervan afhing, van demografie tot religieus geloof, en uiteindelijk ook de levenslust van de mensen, en de toekomst van hun beschavingen. Het begrip decadentie was misschien moeilijk af te bakenen, maar de werking ervan was daarom nog niet minder krachtig; en ook dat, vooral dat, konden politici niet bijsturen. Zelfs autoritaire, vastberaden leiders zoals generaal De Gaulle waren niet bij machte gebleken zich tegen de loop van de geschiedenis te verzetten, Europa als geheel was een verre, verouderende, depressieve en enigszins bespottelijke provincie van de Verenigde Staten van Amerika geworden. Was het lot van Frankrijk ondanks de pittoreske snoeverijen van de generaal echt anders geweest dan dat van de overige West-Europese landen?
Bruno sprak steeds zachter, alsof hij in zichzelf praatte, en dit waren inderdaad dingen die hij nooit in het openbaar had kunnen zeggen. Na een tijdje, het spitsuur was inmiddels voorbij en het verkeer op de Quai de la Rapée stroomde wat beter door, kwam hij bijna fluisterend tot de stelling dat de afwezigheid van overtuigingen bij een politiek leider niet per se een teken van cynisme was, maar eerder van rijpheid. Stelden de koningen van Frankrijk zich kandidaat met een politiek programma, een hervormingsplan? Absoluut niet. Toch waren ze de geschiedenis in gegaan als grote koningen, of juist verschrikkelijk slechte koningen, afhankelijk van hun vermogen om te voldoen aan een impliciet maar nauwkeurig bestek. Het grondgebied van het koninkrijk niet verkleinen, maar indien mogelijk juist vergroten, hetzij door aankopen, hetzij (meestal) door oorlogen, maar daarbij wel vermijden te veel geld aan huurlingen uit te geven, en meer in het algemeen zorgen dat de belastingdruk niet te hoog werd. Elke vorm van burgeroorlog binnen het koninkrijk zien te voorkomen, in het bijzonder een godsdienstoorlog, want dat waren altijd de bloedigste geweest; de oplossing was het ondubbelzinnig aanwijzen van een dominante godsdienst, waarna aan ondergeschikte godsdiensten ruime vrijheden konden worden verleend, op voorwaarde dat ze nooit mochten vergeten dat ze binnen de landsgrenzen hooguit werden getolereerd en dat het recht om daarover te beslissen volledig bij de vorst lag...
P.436
Hebt u De flard gelezen, van Philippe Lançon?’
‘Nee, ik heb erover gehoord, dat was toch een journalist van Charlie Hebdo? Een van de slachtoffers van de islamisten?’
‘Precies. Hij heeft een kalasjnikovsalvo recht in het gezicht gekregen, waardoor hij er ongeveer net zo voor stond als u straks na de ablatie van de kaak. Ik begin erover omdat zijn boek heel goed laat zien hoe belangrijk zijn relatie was met de vrouwelijke chirurg die hem behandelde; bovendien speelt het zich grotendeels af in het Pitié-Salpêtrière. Nou ja, ik beveel het u aan omdat het een goed boek is, maar ik moet toegeven dat het niet per se erg bemoedigend is voor patiënten. De auteur ondergaat een hele rits operaties, ik weet niet meer hoeveel precies, tien, vijftien, je raakt de tel kwijt; in totaal ligt hij twee jaar in het ziekenhuis.
P.444
Dankzij een reeks tijdschriftartikelen waren in zijn jeugd de ideeën van de Amerikaanse sociobiologen over het ‘zelfzuchtige gen’ populair geworden; die Amerikaanse sociobiologen zagen voortplanting als een soort oerkreet van het gen, dat tot alles bereid was om zijn eigen voortbestaan te waarborgen, zelfs ten koste van de meest elementaire belangen van zijn dragers, door hen met een kloeke misleiding in de waan te houden dat ze, door zich voort te planten, de strijd tegen de dood aan het winnen waren, terwijl natuurlijk het tegendeel het geval was, voortplanting was bij alle dieren een beslissende stap naar het levenseinde, als het er al niet de rechtstreekse oorzaak van was, en die gedeeltelijke genetische overleving zou hoe dan ook maar een bespottelijke parodie van authentieke overleving zijn geweest. In de herinnering die hij aan zijn vader had was er niets wat overeenkwam met dat patroon; zijn vader, die zijn leven had gewijd aan de weerbaarheid van de Franse natie, zag zichzelf vooral, zo wist hij, als een van de bewakers van orde en veiligheid van zijn land, en meer in het algemeen misschien wel van de westerse wereld; hij was teleurgesteld in Pauls houding ten aanzien van de DGSI, maar meer nog in die van Aurélien, waarin hij een afwijzing had gezien van de principes die zijn eigen leven hadden bepaald, en daarom was zijn genegenheid voor het grootste deel naar Cécile uitgegaan, en later naar haar echtgenoot, er was helemaal niets genetisch aan, het was allemaal zuiver culturele overdracht.
Die stompzinnig reductionistische opvatting van de Amerikaanse sociobiologen bevestigde merkwaardig genoeg een al oude Amerikaanse opvatting van de kinderjaren, die nog altijd voortleefde in de hedendaagse Amerikaanse roman: terwijl professionele, vriendschappelijke en amoureuze relaties daarin met het meest weerzinwekkende cynisme werden afgeschilderd, vormden relaties met kinderen juist een soort betoverde ruimte, een magisch eiland in een oceaan van egoïsme. Dat viel nog te begrijpen in het geval van een baby, al kon die je van het paradijs, wanneer hij zijn poezelige huidje tegen je schouder nestelt, binnen een paar seconden verplaatsen naar de hel van de redeloze woedeaanvallen, de eerste manifestatie van zijn tirannieke, heerszuchtige aard. Een achtjarige, verheerlijkt als honkbalpartner en ondeugend ventje, heeft nog zijn charme; maar daarna loopt het zoals iedereen weet heel snel in de soep. De liefde van ouders voor hun kinderen is een bewezen feit, een soort natuurverschijnsel, vooral bij vrouwen; maar kinderen beantwoorden die liefde nooit en zijn die nooit waardig, liefde van kinderen voor hun ouders is volstrekt tegennatuurlijk. Als ze tot hun grote pech een kind hadden gekregen, dacht Paul, hadden Prudence en hij nooit weer tot elkaar kunnen komen. Zodra het de oevers van de puberteit bereikt, is het eerste doel dat het kind zich stelt het kapotmaken van de relatie van zijn ouders, met name op seksueel gebied; het kind kan absoluut niet verdragen dat zijn ouders seksueel actief zijn, en vooral niet met elkaar, het is logischerwijs van mening dat die activiteit na zijn eigen geboorte geen enkele reden van bestaan meer heeft en niets anders meer is dan een walgelijke ouweknarrengewoonte. Dat is niet precies wat Freud zei; maar Freud had er toch al niet zoveel van begrepen. Na zijn ouders als stel te hebben kapotgemaakt doet het kind zijn best om ze op persoonlijke titel kapot te maken, met als voornaamste bezigheid te wachten tot ze dood zijn om de erfenis te ontvangen, zoals de Franse realistische literatuur uit de negentiende eeuw duidelijk vaststelt. Je mag je nog gelukkig prijzen als ze het moment niet proberen te bespoedigen, zoals bij Maupassant, die niets verzon, hij kende de Normandische boeren beter dan wie ook. Nou ja zo gaat dat dus, over het algemeen, met kinderen.
P.446
Het was eigenlijk nog maar kortgeleden dat in de beleefdheidsregels binnen Pauls milieu ook de verplichting was opgenomen om je eigen stervensproces verborgen te houden. Eerst was ziekte in het algemeen aanstootgevend geworden, een verschijnsel dat in het Westen sinds de jaren vijftig om zich heen had gegrepen, eerst in de Angelsaksische landen; elke ziekte was nu in zekere zin een schandelijke ziekte, en dodelijke ziekten waren natuurlijk de schandelijkste van allemaal. De dood was het toppunt van onfatsoen, men was het er snel over eens dat die zo goed mogelijk verborgen moest worden gehouden. De begrafenisplechtigheden werden ingekort – door de technische innovatie van crematie konden de procedures aanzienlijk worden versneld, en vanaf de jaren tachtig was alles al min of meer geregeld. Veel recenter was in de meest verlichte, progressieve lagen van de samenleving een poging op gang gekomen om ook het stervensproces weg te moffelen. Dat was onvermijdelijk geworden, de stervenden hadden de op hen gevestigde hoop teleurgesteld, ze hadden vaak hun neus opgehaald voor de kans op een megaparty die het verscheiden hen bood, er hadden zich onaangename situaties voorgedaan. Gezien dat alles waren de meest verlichte, progressieve lagen van de samenleving overeengekomen de ziekenhuisopname simpelweg te verzwijgen, waarbij het de taak van de partner of anders van de naaste familieleden was om die als een vakantieperiode te presenteren. Bij een langer verblijf in het ziekenhuis hadden sommigen een beroep gedaan op de al riskantere fictie van een sabbatsjaar, maar dat was buiten academische kringen nauwelijks geloofwaardig, en sowieso was het zelden meer nodig, langdurige ziekenhuisopnamen waren de uitzondering geworden, het euthanasiebesluit werd over het algemeen binnen enkele weken of zelfs dagen genomen. De as werd anoniem uitgestrooid, door een familielid als dat er was, en anders door een jonge klerk van het notariskantoor. Die eenzame dood, eenzamer dan ooit sinds de aanvang van de menselijke geschiedenis, was onlangs bejubeld door de auteurs van diverse zelfhulpboeken, dezelfde die een paar jaar eerder de Dalai Lama nog hadden bewierookt, en die recentelijker de afslag naar de fundamentele ecologie hadden genomen. Ze zagen daar de welkome terugkeer naar een bepaalde vorm van dierlijke wijsheid in. Niet alleen vogels verstopten zich om te sterven, om met de Franse titel van een beroemde Australische bestseller te spreken, waarop trouwens een nog beroemdere en lucratievere Amerikaanse televisieserie was gebaseerd, The Thorn Birds; de overgrote meerderheid van de dieren, ook dieren van een bijzonder sociale soort, zoals wolven en olifanten, voelde bij het naderen van de dood de behoefte om zich los te maken van de groep; zo sprak de stem van de natuur in haar oeroude wijsheid, benadrukten de auteurs van diverse zelfhulpboeken.
Bruno, zo wist hij, moest niets hebben van de nieuwe beschavingscodes die opgeld deden in de gecultiveerde bourgeoisie; hij was meer van het type dat de dingen frontaal aanpakte, ze bij hun naam noemde en geen enkele moeite deed om de werkelijkheid te verhullen...
P.453
In zijn boekenkast vond hij makkelijk de volledige Sherlock Holmes-verhalen, in twee delen uitgegeven in de Bouquins-reeks, maar hij was de volgende middag toch verbaasd dat hij zich zo snel wist los te maken van zijn eigen bestaan en warm wist te lopen voor de gevolgtrekkingen van de geniale detective en de duistere manoeuvres van professor Moriarty; wat anders dan een boek zou zo’n effect kunnen hebben? Een film niet, en een muziekstuk nog veel minder, muziek was voor gezonde mensen gemaakt. Maar zelfs filosofie zou niet hebben gewerkt, net zomin als poëzie, poëzie was ook niet voor stervenden gemaakt; alleen fictie was geschikt, er moesten andere levens dan het zijne worden verteld. En in feite, dacht hij, hoefden die andere levens niet eens boeiend te zijn, er was niet eens het voorstellingsvermogen en verteltalent van een Arthur Conan Doyle voor nodig, de vertelde levens hadden zonder enig bezwaar net zo saai, net zo oninteressant mogen zijn als zijn eigen leven; ze hoefden alleen maar anders te zijn. Om mysterieuzere redenen moesten ze overigens wel zijn verzonnen; noch een biografie, noch een autobiografie zou hebben volstaan. ‘Wat een roman is mijn leven!’ riep Napoleon uit; hij had het mis. Zijn autobiografie, de Mémorial de Sainte-Hélène, was even slaapverwekkend als die van een postbeambte, het echte leven was duidelijk niet tegen zijn taak opgewassen. Levens zoals dat van Napoleon waren af en toe interessant geweest – je mocht bijvoorbeeld aannemen dat hij in Wagram of Austerlitz flink uit zijn dak was gegaan; maar om er daarom nu meteen metrostations van te maken, dat ging toch wel wat te ver.
Middelmatige en roemloze levens, getransfigureerd door het talent of genie of hoe je het ook noemt van de auteur, hadden misschien het bijkomende voordeel kunnen bieden dat hij zijn eigen leven er wat minder waardeloos door was gaan vinden. Zijn vakantie op Corsica met Prudence was van het niveau van een heel correcte pornofilm, vooral de scènes op het strand van Moriani, ja zo heette dat strand, het schoot hem weer te binnen; voor sommige gesprekken die hij met Bruno had gevoerd, had een auteur van een politieke thriller zich niet hoeven schamen. Kortom, hij had geleefd.
P.469
Paul had mannen gekend voor wie het ondenkbaar zou zijn geweest om terug te komen op een gegeven woord, het was bij hen niet eens nodig om gebruik te maken van de formaliteit van de eed. Het was verbazingwekkend dat zulke mannen vandaag de dag nog bestonden, ze waren niet eens heel zeldzaam. Bokobza was waarschijnlijk van dat kaliber, maar hij kende Janssen beter, en vooral Bruno. Sinds ongeveer een eeuw waren er andere mannen verschenen, steeds meer; ze waren lollig en kruiperig, ze hadden niet eens de relatieve onschuld van de aap, ze werden gedreven door de helse missie om alle banden aan te vreten en te ondermijnen, alle noodzakelijke en menselijke dingen te vernietigen. Ze hadden uiteindelijk helaas het grote publiek bereikt, het publiek van de volksklasse. Het gecultiveerde publiek was al heel lang gewonnen voor het principe van decadentie, onder invloed van een lange rij denkers, te slaapverwekkend om op te sommen, maar dat deed er weinig toe, het grote publiek was het belangrijkst, want dat was sinds The Beatles en misschien al sinds Elvis Presley de norm voor elke validatie, een rol die de gecultiveerde klasse, die zowel op het ethische als op het esthetische vlak had gefaald en zich op het intellectuele vlak ook nog eens ernstig had gecompromitteerd, niet meer in staat was te vervullen. Gezien het feit dat het grote publiek zodoende de status van universeel valideringsorgaan had gekregen was de voorziene ontwaarding ervan een zeer slechte zaak, dacht Paul, wat alleen maar kon leiden tot een gewelddadig en droevig einde.
P.473
Paul was een erg oud mens, als je bedenkt dat echte leeftijd niet wordt afgemeten aan het aantal jaren dat je al hebt geleefd, maar aan het aantal dat je nog te leven hebt. Dat was waarschijnlijk wat hem op het spoor van Joseph de Maistre zette, van wie hij niet zo lang geleden had ontdekt dat zijn vader hem erg graag las. Hij kocht een verzamelbundel met zijn belangrijkste werken, die hij kon afwisselen met Agatha Christie, wat hem een goede mix leek. Hij begreep algauw wat de voornaamste stelling van de Savoiaardse auteur was: de Franse Revolutie was van begin tot eind satanisch geïnspireerd geweest, de verlichtingsfilosofen die ervoor verantwoordelijk waren hadden net als Luther een paar eeuwen eerder hun instructies rechtstreeks van de Vorst der Duisternis ontvangen. Bezien vanuit het per definitie nogal eigensoortige standpunt van een koningsgezinde katholiek ontbrak het die interpretatie niet aan een zekere coherentie, dat moest gezegd.
P.480
De babyboomers waren een heel opmerkelijk verschijnsel, had hij destijds opgemerkt, net als de babyboom zelf. Oorlogen werden gewoonlijk gevolgd door een forse daling van het geboortecijfer en een bijbehorende periode van neerslachtigheid; ze plaatsten de absurditeit van het menselijk lot in de schijnwerpers en hadden een sterk demoraliserend effect. Dat was in hoge mate het geval geweest bij de Eerste Wereldoorlog, die een nog nooit vertoond niveau van absurditeit had bereikt en bovendien, door de zich opdringende vergelijking tussen het leed van de frontsoldaten in de loopgraven en de winsten van de jakhalzen in het achterland, van een tenhemelschreiende immoraliteit was geweest. Die oorlog was logischerwijs gevolgd door een zwakke, cynische, slappe generatie – en vooral door een weinig kroostrijke generatie: vanaf 1935 was het geboortecijfer in Frankrijk zelfs tot onder het sterftecijfer gezakt. Het tegendeel was in de jaren vijftig gebeurd, en om precies te zijn zelfs al in de jaren veertig, midden in oorlogstijd, en dat kon alleen worden verklaard, had Bruno gezegd, herinnerde Paul zich, door de ideologische, politieke en morele inzet van de Tweede Wereldoorlog: hoe bloedig ook, de strijd tegen het nazisme ging niet uitsluitend om het bezit van grondgebied, het was geen absurde strijd geweest, en de generatie die Hitler had verslagen had dat gedaan in het heldere besef aan de kant van het Goede te staan. De Tweede Wereldoorlog was daardoor niet alleen een gewone oorlog tegen een buitenlandse vijand geweest, maar in zekere zin ook een burgeroorlog, waarin men niet vocht voor futiele patriottische belangen, maar in naam van een bepaalde visie op de morele wet. Hij kon dus worden vergeleken met een revolutie, en in het bijzonder met de moeder van alle revoluties, de Franse, waarvan de napoleontische oorlogen niet meer dan een stompzinnig verlengstuk waren geweest. Ook het nazisme was op zijn eigen manier een revolutionaire beweging geweest, die het bestaande waardestelsel had willen vervangen en de andere Europese landen had aangevallen, niet alleen om ze te veroveren maar ook om hun waardestelsel radicaal te hernieuwen; en net als bij de Franse Revolutie volgens Joseph de Maistre stond de satanische oorsprong ervan buiten kijf. Zo kon de babyboomgeneratie, van de overwinning op het nazisme, mutatis mutandis worden vergeleken met de romantische generatie, van de overwinning op de Revolutie, dacht Bruno, herinnerde Paul zich. Diezelfde generatie viel overigens ook samen met het zeer specifieke moment waarop, voor het eerst in de wereldgeschiedenis, de massacultuur zich esthetisch superieur had betoond aan de elitecultuur. De populaire romangenres, thriller en sciencefiction, waren in die tijd veruit superieur aan de mainstreamroman; het stripboek overtrof ruimschoots de maaksels van de officiële vertegenwoordigers van de beeldende kunsten; en vooral, de populaire muziek maakte de gesubsidieerde pogingen tot ‘experimentele’ muziek volstrekt belachelijk. De rockmuziek, het belangrijkste kunstzinnige verschijnsel van die generatie, mocht dan niet helemaal de schoonheid van de romantische poëzie hebben bereikt, ze had er wel de creativiteit, energie en een soort naïviteit mee gemeen. In hun verdediging van God en koning tegen de revolutionaire wreedheden, hun oproep tot herstel van Kerk en koninkrijk en hun poging de geest van ridderlijkheid en middeleeuwen nieuw leven in te blazen, waren de vroege romantici er net als de tegenstanders van het nazisme van overtuigd geweest dat ze aan de kant van het Goede stonden. Nergens was dat duidelijker, beweerde Bruno, dan in Rolla, een lang verhalend gedicht over de zelfmoord van een negentienjarige jongeman na een losbandige nacht in gezelschap van een vijftienjarige prostituee, die zelf toch ook goed en haast heilig was, en anderzijds super lekker, Musset was niet het type om dat onvermeld te laten, maar de jongeman was te intens wanhopig om zich door haar voor het leven te laten behouden, dat gedicht was echt indrukwekkend, beweerde Bruno, Dostojevski had het in vergelijkbare scènes niet beter gedaan, en al die wanhoop werd veroorzaakt, daarover liet Musset geen twijfel bestaan, door het destructieve atheïsme van de generatie ervoor.
P.492
Mensen die morfine krijgen, of nou ja, mensen die er weer bovenop zijn gekomen, zijn er heel enthousiast over. Niet alleen hebben ze door de morfine de pijn kunnen overwinnen, ze hebben er ook een wereld van harmonie, rust en geluk door betreden. Normaal gesproken, als bestraling niet heeft geholpen en opereren onmogelijk wordt geacht, of erger nog, slechte resultaten heeft opgeleverd, en dan zijn ze er echt belabberd aan toe, worden patiënten op een palliatieve zorgafdeling geplaatst, omdat ze onmogelijk nog thuis kunnen blijven. Iedereen heeft zijn mond vol van solidariteit, naaste familie enzovoort, maar oude mensen sterven meestal eenzaam, weet u. Ze zijn gescheiden, of nooit getrouwd geweest; ze hebben nooit kinderen gehad, of hebben er geen contact meer mee. Eenzaam oud worden is al niet zo heel leuk, maar eenzaam sterven is het ergste wat je je kunt voorstellen. Met één uitzondering, namelijk rijken die zich thuisverpleging kunnen veroorloven. Dan zie ik er het nut niet van in om ze op een palliatieve afdeling te plaatsen: die zou dezelfde medicatie voorschrijven als ik, en iedereen sterft het liefst thuis, dat is een universele wens. Ik blijf in die gevallen de laatste medische gesprekspartner. Ik kan wel zeggen dat ik veel rijke mensen heb zien sterven, en geloof me, op die momenten heb je weinig aan je rijkdom. Persoonlijk aarzel ik nooit om een morfinepomp voor te schrijven: dan hoeven ze maar op de knop te drukken om zichzelf als ze willen een bolus morfine in te spuiten en vrede met de wereld te krijgen, met een halo van zachtheid om zich heen, het is als het ware een shot kunstmatige liefde dat ze naar believen kunnen nemen.
En daarnaast,’ vervolgde hij na een nieuwe aarzeling, ‘heb je de mensen die tot hun laatste dag liefde krijgen, bijvoorbeeld degenen die gelukkig getrouwd zijn geweest. Geloof me, die situatie is verre van algemeen. Ik vind de morfinepomp in dat geval overbodig, liefde is genoeg; bovendien meen ik me te herinneren dat u niet erg van infusen houdt.’
P.497
Het was lang geleden dat ze het over reïncarnatie hadden gehad, maar ze geloofde er waarschijnlijk nog steeds in, en zelfs meer dan ooit. Hij kon zich heel goed het basisidee herinneren zoals Prudence het voor hem had samengevat: op het moment van de dood zou zijn ziel een tijdlang in een onbepaalde ruimte zweven, om zich vervolgens bij een nieuw lichaam te voegen. Zijn leven was vrij geweest van al te grote verdiensten of tekortkomingen, hij had weinig kansen gehad om veel goed of veel kwaad te doen, geestelijk gezien was zijn positie weinig veranderd; hij zou dus waarschijnlijk als mens herboren worden, en de foetus zou ongetwijfeld van het mannelijke geslacht zijn. Enige tijd later zou hetzelfde gebeuren met Prudence, behalve dat zij als vrouw herboren zou worden, de wetten van het karma hielden over het algemeen rekening met de verdeling van de wereld tussen de twee beginselen. Daarna zouden ze elkaar weer ontmoeten; die nieuwe incarnatie zou niet alleen een nieuwe kans zijn voor hun individuele geestelijke ontwikkeling, maar ook voor de ontwikkeling van hun liefde. Ze zouden elkaar diep in hun onbewuste herkennen en opnieuw van elkaar houden, zonder zich hun vorige levens overigens te herinneren; alleen een minderheid van sannyasins slaagde er volgens sommige auteurs in om hun vorige incarnaties weer naar boven te halen, en Prudence betwijfelde of dat mogelijk was. Maar als hun toekomstige incarnatie hen opnieuw op een herfstdag naar de lanen van het staatsbos van Compiègne bracht, zou er waarschijnlijk zo’n vreemde sensatie door hen heen gaan die déjà vu heet.
Dat zou gedurende meerdere, misschien wel tientallen opeenvolgende incarnaties worden herhaald voordat ze de cyclus van het samsarisch bestaan konden verlaten en de oversteek konden maken naar de andere oever, die van de verlichting, van de tijdloze versmelting met de wereldziel, van het nirwana. Zo’n lange, zware weg kan inderdaad het beste door twee mensen samen worden afgelegd. Prudence liet haar hoofd tegen het zijne rusten en leek te dromen, of in elk geval nergens meer aan te denken; het zou algauw donker worden, het werd al een beetje koud. Ze kroop tegen hem aan en vroeg toen, of zei, hij wist niet zeker of het wel een vraag was: ‘We waren niet echt geboren om te leven, hè?’ Het was een trieste gedachte, hij voelde dat ze bijna huilde. Misschien had de wereld dan toch gelijk, dacht Paul, misschien was er voor hen wel geen plaats in een werkelijkheid die ze alleen met angstig onbegrip waren overgestoken. Maar ze hadden geluk gehad, heel veel geluk. Voor de meesten was de oversteek van begin tot eind eenzaam.
‘Ik denk niet dat het in onze macht lag om de dingen te veranderen,’ zei hij uiteindelijk. Er blies een ijzige windvlaag, hij drukte haar steviger tegen zich aan.
‘Nee, lieve schat.’ Ze keek hem in de ogen, half glimlachend, maar op haar gezicht blonken een paar tranen. ‘We hadden fabuleuze leugens moeten hebben.’
Reacties
Een reactie posten